´De pretentie dat ik kunstenaar zou zijn ga ik uit de weg.
Dat zullen kenners moeten uitmaken.
Ik schilder slechts …´


Op zoek naar het ultieme schilderij

´Je gedicht is bijna wat je gedacht had´schreef dichter Gerrit Kouwenaar.
Schilder Hermanus ervaart hetzelfde.
Zijn schilderijen worden altijd net even anders dan hij ze droomde.
Het volmaakte paneel waarop alles op zijn plek valt ontglipt hand en geest
van deze schilder.
Gelukkig maar, de zoektocht naar het ultieme schilderij is de aanjager achter een uitdijend prachtoeuvre.
 

Naar een eigen beeldtaal

Een schilderij komt nooit zomaar uit de lucht vallen, maar is met allerlei onzichtbare draden verbonden aan schilderkundige tradities en tijdgenoten.
Het was de Fransman Gustave Courbet (1819-1877) die tegen de toenmalige classicistische en romantische keer in, oog had voor het leven van alledag.
Zijn oprechte weergave van het eenvoudige bestaan, vormt de wortel van het huidige Realisme en de aftakkingen hiervan.

Sindsdien is het Realisme niet meer weg te denken uit de beeldende kunst.
Soms meer, soms minder gewaardeerd, hield het zich zelfs in de vorige eeuw staande, ondanks avant-gardebewegingen en abstracte vormen van schilderkunst.
In Nederland maakt het Hedendaags Realisme momenteel een bloeitijd door en is verzekerd van een belangstellend publiek.
Ook de figuratieve schilderijen van Hermanus sluiten aan bij de kunsthistorie.
Zijn werk had zich nooit zo kunnen ontwikkelen zonder de eerste generatie fijnschilders van de Utrechtse School, waaronder belangrijke schilders als Magisch realist Pyke Koch en Surrealist Joop Moesman.
Of het Lyrisch Realisme dat rond 1970 in Amsterdam opkwam, rond Peter van Poppel, een schilder van de tweede generatie.

Tegelijkertijd zijn er raakvlakken met de naïeve schilderkunst en met werken van realistische eenlingen.
Zo echoën de verstilling van Jan Mankes, de vervreemding van Hermanus Berserik en de hermetische wereld van Dolf Zwerver, zacht na op de schilderijen.
Deze kenmerken zijn echter wel op typerende Hermanus wijze verwerkt. Deze schilder wil geen navolger zijn maar kiest zijn eigen pad. Al schilderend heeft hij zich langzaam ontworsteld aan invloeden van voorgangers en tijdgenoten.
Hoewel hij tot de derde generatie Utrechtse fijnschilders behoort, heeft hij zelfs de schilderkundige ballast van de Utrechtse School achter zich kunnen laten.

Dit zoeken naar een eigen beeldtaal binnen het Realisme, heeft hij verbeeld op enkele zelfportretten. Als beginnend schilder, nog niet beseffend wat komen zou, schilderde hij zichzelf al als ´Koning schilder´, met een cadeautje en een papieren kroon.

Op de kroon staan de namen van toonaangevende, voor hem toen belangrijke Nederlandse realisten. Het cadeautje symboliseert onbewust al het Poëtisch Realisme.

De volgende jaren, vanaf 2004, penseelt Hermanus opdringende schilderkundige invloeden letterlijk van zich af. Ouder werk vernietigt hij of bergt hij op.
Het latere werk ´Schilder´uit 2006, toont zijn uiteindelijke zelferkenning als zelfstandig schilder.

Op dit zelfportret is de zware kroon ingewisseld voor een schildersbaret die de aanduiding: ‘Koninklijk Verbond voor Schilders’ draagt. De indringende blik en het rustige blauw onderstrepen de passie en bevlogenheid van de schilder.

Van dit groeiend zelfbewustzijn was ook al sprake op ´Portret van een beginnend schilder´ dat Hermanus in 2005 begon, maar in 2011 pas kon voltooien.

Schildersattributen en baret verwijzen rechtstreeks naar Henri Rousseau (1844-1910), de grondlegger van de Naïeve schilderkunst.

Het schilderij toont verder dat de ´jonge´ schilder zich beschermd weet door een muze. De openstaande deur verbeeldt de gedane keuzes, terwijl het schilderij op de ezel een glimp laat zien van de persoonlijke, lyrische wereld van de schilder.

Zo vond Hermanus al schilderende zijn eigen beeldtaal.
De afgelopen acht jaar creëerde hij honderden schilderijen die zich kenmerken door oorspronkelijke motieven en een fraaie verfbehandeling.
Intuïtief, op basis van verkennende tekeningetjes, ontstonden poëtische series en drieluiken op paneel en doek.

De series vormen een aaneengesloten geheel waarbij het ene schilderij verwijst naar het andere. Met tempera en olieverf penseelt Hermanus vorm en inhoud van zijn voorstellingen naar een zo fijnzinnig Poëtisch Realisme, dat het de gevoelige beschouwer van binnen raakt. 


Het hedendaags Poëtisch Realisme

Hermanus noemt zichzelf een Poëtisch Realist.
Eigenzinnig en vastberaden geeft hij gestalte aan het Poëtisch Realisme, de zelf gevonden, nieuwe loot van het hedendaags Realisme.

De kenmerken hiervan zijn zichtbaar en voelbaar in vorm en inhoud van de voorstellingen.
Op deze werken zie je geen grote maatschappelijke thema’s en er is geen plaats voor lelijkheid, ziekte, kwaad en onheil.
De schilderijen zijn wel doortrokken van een stil verlangen naar een voorbije tijd van kinderlijke onschuld, naar de jeugdjaren waarin plaats was voor illusies, dromen en fantasie, waarvan ieder mens nog iets in zich draagt.

Karakteristiek is ook de sfeer van eenvoud en nostalgie op de schilderijen.
Een sfeer die ontstaat door de aandachtige verfbehandeling, de sobere voorstelling en het getemperd kleurgebruik.
Door verfhuid en voorstelling heen schemert de persoonlijke levenskijk van Hermanus, zijn mededogen met het individu geeft de werken bezieling mee.
Zo ontstaan serene, enigszins naïeve voorstellingen waarin meestal één, soms meerdere mensen ten tonele verschijnen.

De schilderijen bevatten stuk voor stuk beelden waar je minstens tweemaal naar kijkt.
De eerste keer om te genieten van een goed geschilderd paneel of doek en een originele, enigszins naïeve voorstelling.
De tweede blik gaat dieper, dan wordt de kijker getroffen door de poëtische kracht van de schilderijen die zijn lyrische vermogens aanspreekt.

Het is vooral dit poëtisch appѐl op de verbeelding van de kijker dat de werken van deze schilder onderscheidt van andere realistische voorstellingen.
Een poëtische kracht die straalt uit de open, onbeladen gezichtsuitdrukking van de personages, maar ook voort komt uit de keuze voor aandoenlijke, menselijke motieven en handelingen.
De in poëtisch opzicht toch al sterke beelden versterkt Hermanus door zijn thema´s uit te werken in series.

Zo vormen de slapende ´Zwervertjes´, door de subtiele verschillen in uitvoering, pure beeldpoëzie. Inhoudelijk verbeelden ze de jeugdjaren van zorgeloosheid en zoete dromen.


 Emmertje

Ook de reeks ´Badmutsen´ is typerend en getuigt van een vertederende  zeggingskracht. Wie anders dan Hermanus kiest deze grappige hoofddeksels als symbool van bescherming?

 Noos

Betekenisvol zijn ook de spirituele ‘Hoogzitters’. Alleen, maar niet eenzaam, hebben ze genoeg aan zichzelf en de eigen gedachten.

 Er was eens...

De serie ´De Kuil´ is net zo veelzeggend. Hier accentueren de schilderijen subtiel het kleine wereldje rond ieder mens. De kring waar binnen hij zich veilig waant.

 Duinstel

Dit universele streven van elk individu naar geluk en geborgenheid vormt een belangrijk fundament onder alle voorstellingen die Hermanus schildert.
Elke serie doet verwonderen over de geestige, originele motieven die Hermanus gevonden heeft om dit streven tot uitdrukking te brengen.

Maar er is meer.
De poëtische zeggingskracht van de werken heeft ook te maken met iets ontroerends dat in elk schilderij voelbaar is; de werken schuren een beetje.
De naïef geschilderde motieven weerspiegelen de kleine onbeholpenheden die kleven aan het menselijk bestaan.
Hermanus legt poëtisch, met een optimistische kijk en humorvolle relativering, iets van het menselijk tekort bloot.
Kleine sneuheid wordt op een blijmoedige manier verbeeld als onlosmakelijk verbonden met de mens, wat door het publiek meteen herkend wordt, want er is niets wat afleidt.

De omgeving van strand, zee en lucht reduceert Hermanus tot een subtiele, bijna abstracte achtergrond waartegen het tafereel zich afspeelt.
Hierdoor bevatten de werken zoveel ruimtelijkheid dat de kijker gevoelens van oneindigheid ervaart.
De nadruk ligt echter op de personages waarbij de opkomende zon de menselijke figuren verwarmt en ze uit licht.
Te samen bieden de geabstraheerde locaties, de ingehouden kleuren, de nadruk op de personages en de verstilde gezichtsuitdrukkingen, de kijker volop ruimte tot zelfreflectie.

Aandacht voor de schilderijen wordt zo tegelijkertijd even stilstaan bij jezelf.

Deze poëtische kracht van de schilderijen doet een mysterieus beroep op het lyrisch vermogen van de beschouwer.
Het kan geen toeval zijn dat de werken al tientallen tentoonstellingsbezoekers spontaan inspireerden tot het schrijven van poëzie.
Hermanus koestert de gedichten en weet hierdoor het poëtisch gehalte van zijn werken bevestigd. 
 

Een luchtballon stijgt op

Enige tijd geleden schilderde Hermanus zichzelf in een luchtballon (Kunst) die maar niet opstijgen wil.
Het paneel symboliseert zijn positie als schilder en zijn streven naar erkenning van het Poëtisch Realisme.

De tijd lijkt gekomen voor het schilderen van een vaartuig dat tot de Parnassus reikt.
Hermanus is een schilder met een zo fijnzinnige verfbehandeling dat het meer is dan louter schilderkundige ambacht.
Een schilder die bovendien zijn voorstellingen met menselijkheid bezielt en van een herkenbare poëtische laag voorziet, kun je met recht een kunstenaar noemen. 

Lida Bonnema  kunsthistoricus - recensent